Leo Bloemink werkt vooral met geënsceneerd beeld. Hij creëert absurde en verrassende beelden. In zijn zelfportretten aarzelt hij niet om zichzelf met de nodige zelfspot op humoristische wijze uit te beelden.

In zijn nieuwste werk is hij zijn foto’s gaan verknippen waardoor collages ontstonden. Dit leidde aanvankelijk tot beelden in het platte vlak. Omdat Bloemink ook kennis bezit van het meubelmakersvak, begon hij zijn fotografische vaardigheden te mengen met zijn houtbewerkingsvakmanschap. Zijn werken werden daardoor steeds monumentaler. De nadruk kwam steeds meer te liggen op het op een tastbare manier samenstellen van een beeld. Zijn experimenten in hout leidde hem ook naar materiaal dat diametraal tegenover de massiviteit van zijn houten portretten stond. Bij deze werken staat transparantie centraal. De hoofdzaak van zijn werk is daarbij verschoven van het beeld zelf naar de manier waarop het beeld wordt getoond.